Menggassen voor MIG/MAG lassen: dit moet je weten

In een eerder blog schreven we al dat de keuze voor het juiste beschermgas bij lassen cruciaal is om een optimaal lasresultaat te behalen en kosten te beheersen. Door de aanwezigheid van menggassen wordt het keuzeproces er niet makkelijker op. In dit blog gaan we dieper in op de verschillende menggassen bij MIG/MAG lassen en hun specifieke eigenschappen.

Even een korte herhaling: beschermgassen voor MIG/MAG lassen kunnen verdeeld worden in inerte en actieve gassen. Een inert gas reageert niet met andere stoffen, een actief gas wel. Het gevolg is dat een actief gas invloed heeft op de samenstelling van de uiteindelijke las, waardoor de kwaliteit kan veranderen.

Bij MIG lassen wordt uitsluitend een inert beschermgas gebruikt, bij MAG lassen een actief beschermgas of een inert beschermgas met een actieve component.

Inerte beschermgassen en hun menggassen

Als beschermgas bij MIG lassen worden de inerte gassen argon en helium of een mengsel daarvan gebruikt

Argon en helium

Argon wordt in de meeste gevallen gebruikt bij het MIG lassen van aluminium, koper, nikkel en hun legeringen. Helium als zuiver beschermgas wordt veel minder toegepast. Over het algemeen alleen bij het lassen van koper en zijn legeringen bij grotere materiaaldiktes.

Het grootste verschil tussen argon en helium is dat eerstgenoemde een grotere soortelijke massa dan lucht heeft. Helium heeft juist een lage soortelijke massa, waardoor het circa tien keer lichter is dan argon. Hierdoor is argon relatief gemakkelijk elektrisch geleidend. Het gevolg is dat argon een stabielere lasboog geeft en een goede gasbescherming, waardoor het gasgebruik relatief laag is.
Omdat helium een lagere soortelijke massa heeft dan argon is het noodzakelijk een grotere hoeveelheid beschermgas te gebruiken. Dat betekent niet dat aan het gebruik van helium geen voordelen zijn gekoppeld. In tegendeel: er wordt meer energie verkregen, het geeft een breder lasbad, er treed minder inbranding op en het is met name geschikt bij grotere materiaaldiktes. Omdat het duurder is en er een grotere hoeveelheid gebruikt dient te worden, heeft men de voorkeur voor 100% argon.

Inerte beschermgasmengsels

Bij materialen met een goede warmtegeleiding, zoals aluminium en koper, zal bij grotere materiaaldiktes de warmte zo snel wegvloeien dat er door argon te weinig warmte ontwikkeld wordt voor een goede inbranding. Om dit te voorkomen zijn er argon-helium beschermgasmengsels beschikbaar.

De specifieke eigenschappen van deze menggassen worden bepaald door de percentages van de afzonderlijke componenten. Een aantal voorbeelden:

  • Mengverhoudingen waarbij meer dan 75% argon of helium aanwezig is, komen niet voor omdat het beschermgas zich dan gedraagt naar de hoogst aanwezige component.
  • Bij een percentage van meer dan 50% helium wordt openboog lassen met de hand lastig, omdat het smeltbad moeilijk onder controle te houden is.
  • Bij kleinere materiaaldiktes worden de lassnelheden bij een hoog helium percentage zo hoog dat een handlasser dit niet meer kan realiseren en er beter gemechaniseerd gelast kan worden.

Actieve beschermgassen en hun menggassen

Het enige actieve beschermgas dat bij MAG lassen ook ongemengd kan worden toegepast is CO₂.

CO₂

Omdat CO₂ een aantal gunstige eigenschappen heeft, kan het in zuivere vorm worden gebruikt bij MAG lassen. Deze zijn:

  • De boogspanning bij het lassen met CO₂ als beschermgas is hoger dan bij het lassen met argon. Hierdoor wordt er meer boogenergie verkregen.
  • De lastoorts wordt sterker gekoeld door het gebruik van CO₂, waardoor deze hoger belastbaar is.
  • CO₂ is minder gevoelig voor geoxideerd uitgangsmateriaal.

Ondanks deze gunstige eigenschappen wordt CO₂ als zuiver beschermgas in de praktijk nog nauwelijks gebruikt. De reden hiertoe is dat er meer voordelen verbonden zijn aan het gebruik van een CO₂ mengsel dan 100% CO₂ op zich.

Actieve beschermgasmengsels

Het toevoegen van actieve componenten (CO₂ of O₂) aan een inert beschermgas leidt tot een aantal voordelen.

Door de toevoeging van geringe percentages zuurstof aan argon wordt de oppervlaktespanning verlaagd, waardoor de bevochtiging beter is en er fijnere druppels gevormd worden. Ook bij het toevoegen van CO₂ ontstaat een lagere oppervlaktespanning, zij het bij hogere percentages CO₂ dan zuurstof.

Een lagere oppervlaktespanning heeft invloed op de druppelovergang, het spatgedrag en het uiterlijk van de las. Om die reden wordt er bij MAG lassen vaak gekozen voor een menggas.

Kortom, elk menggas wordt gekenmerkt door andere eigenschappen. Jouw lasproces, het materiaal waarmee gelast worden en de dikte ervan bepalen uiteindelijk welk beschermgas de beste ‘fit’ is, waardoor het optimale resultaat wordt behaald en de kosten beheersbaar blijven.

In onderstaande tabel kun je in één oogopslag te bepalen welk beschermgas voor het MIG/MAG lassen binnen jouw bedrijf geschikt is.

Gasfles met geïntegreerd reduceerventiel

Menggassen zijn ook verkrijgbaar in een gasfles met geïntegreerd reduceerventiel. Deze gasflessen hebben een aantal voordelen ten opzichte van een ‘normale’ gasfles. Ze zijn veiliger, zorgen voor meer gebruiksgemak en zorgen voor minder gasverbruik en een hogere productiviteit.

Contacteer een adviseur

JEWA GROUP levert verschillende gassoorten toegespitst op uw bedrijfsproces. Voor vragen bent u bij onze adviseurs aan het juiste adres.

Author avatar
admin
https://jewagroup.com

Post a comment